Wereld Beker modder lopen

Twee dagen na het goed verlopen Nederlands Kampioenschap word ik door Bas afgezet bij het woonadres van coach Harry. Samen met hem zal ik namelijk een dag later naar het zuiden afreizen voor de vierde Wereld Beker van het seizoen. Helaas heeft Bas geen vrij kunnen krijgen voor deze periode om mij te begeleiden, maar geen nood, want Harry is een goede vervanger! De volgende wedstrijd uit de Wereld Beker reeks vindt plaats in de arena van Champery, waar in 2011 het wereld kampioenschap zal zijn. Voor de organisatie, de teams en de nationale bonden is het een goede generale repetitie voor het belangrijkste moment van volgend seizoen.

Woensdagavond rond zes uur komen Harry en ik na een lange autoreis aan in ons appartement in het mooie Zwitserse bergdorpje. Dat zal tot maandag, de dag na de wedstrijd, onze thuisbasis zijn. Een pizza bij de plaatselijke Italiaan en een kort telefoongesprek met Bas is het avondprogramma voordat ik ga slapen. De volgende morgen vertrek ik met een lach op mijn gezicht voor een parcoursverkenning. De gedachte aan het parcours van vorig jaar doet me stralen, want oh wat is het hier mooi. Na een rustige warmingup over de weg kom ik aan bij het kurkdroge zware en technische parcours. Wanneer ik nog geen kilometer heb afgelegd, word ik even heel blij, want ze hebben een nieuwe simpele klim in het parcours gebouwd! Bovenaan de klim dient zich uiteraard ook een nieuwe afdaling aan en die is iets minder simpel. Het nieuwe deel past perfect bij de rest van het parcours, want het is steil naar boven en steiler (en enorm technisch) naar beneden. Met een paar erg krappe bochten, een hoge dropoff en vele wortels is de afdaling lastig te rijden. De eerste keer kom ik met een redelijk hoge snelheid de afdaling in en ik beland vol in een kussen. "Die staat er niet voor niks!" Verder kom ik redelijk beheerst beneden aan en ik rij nog een keer naar boven om de afdaling goed onder de knie te krijgen. De nieuwe afdaling is alleen maar met beleid en een goede gewichtsverplaatsing te doen. Ik blijf een paar kleine foutjes maken, maar gelukkig zonder hard te vallen, want dat het anders kan gaan, heb ik ook gezien. Vele dames (en heren) zijn heel hard gevallen op die afdaling, met zelfs gebroken frames tot gevolg. Het enige wat verder nog anders is aan het parcours ten opzichte van vorig jaar, is dat de langste klim iets is ingekort. Dat is voor publiek en de renners alleen maar een positief gegeven, dus dat zal genieten worden. De drie verkenningsrondjes zitten erop en ik heb er toch wel een redelijk gevoel bij, het parcours zit (mede door vorig jaar) goed in mijn hoofd. Tegen het einde van de middag slaat helaas het weer om en regent het flink.

Op vrijdagochtend word ik wakker en buiten regent het nog steeds, daar zal het parcours niet beter van worden. De plassen zijn redelijk groot dus het weer heeft goed huisgehouden. Ik besluit vandaag niet het parcours op te gaan, daar zal ik alleen maar slechter van worden. Harry en ik gaan even de berg af, om naar het hoofdkwartier van de UCI te gaan in Aigle. Hij heeft wat vragen omtrent een cursus die hij binnenkort gaat volgen en ik ga mee om daar te kijken bij de wielerbaan. Ik verbaas me over de snelheid waarmee de baanrenners over het hout van de piste scheuren, dat wil ik ook wel eens proberen! Wanneer we in de middag weer terug naar Champery gaan klaart het weer op, want ja heel veel slechter had ook niet mogelijk geweest. Onder droge omstandigheden bereid ik me voor om even kort mijn benen los te trappen. In plaats van naar buiten te gaan stap ik toch voor een uurtje op de Tacx, want er valt opeens een enorme stortbui. Harry komt in de middag na een gesprek met een bekende doorweekt thuis, terwijl hij maar een klein stukje verderop in het dorp is geweest. Voor zover mijn belevingen en activiteiten op vrijdag, want het is en blijft mijn rustdag.

Na een belangrijke en heerlijke nachtrust sta ik op voor de wedstrijdvoorbereiding en de laatste parcoursverkenning. Het parcours ligt er slecht bij, bijna niks is normaal te rijden en op veel plaatsen liggen diepe plassen. Ik hou het kort op het parcours, want ik wil niet een dag te vroeg met mijn krachten gaan smijten. De wedstrijdvoorbereiding maak ik op de weg af met wat sprintjes en wat uitrijden. Bij het appartement ren ik even onder de douche door en zorg ik ervoor dat de fiets schoon wordt. In de middag ga ik nog even naar de teammanagers meeting voor feedzone pasjes, anders kan en mag Harry mij geen bidons aangeven. De organisatie doet heel moeilijk wat betreft de pasjes door te zeggen dat die al uitgereikt zijn bij de inschrijving. "Nou mooi niet, anders had ik daar niet gestaan, denk je niet?" Voor mij waren er blijkbaar veel meer renners met dit pasjes probleem geweest, want ik krijg vrij makkelijk een pasje van de UCI commisaris. Op het moment dat ik weg loop komt er nog een renner vragen voor een feedzone pas en de UCI commisaris legt alle pasjes voor het grijpen op tafel en loopt gefrustreerd weg. In mijn trip naar het appartement bedenk ik een heerlijke salade om Harry en mij voor te schotelen voor het diner. De avond sluit ik, net voor het slapen gaan, af met een telefoon gesprekje met Bas.

Zondag, raceday! Ik heb er zin in! Ben benieuwd of de junioren het parcours wat meer begaanbaar hebben kunnen krijgen. Mijn voorbereiding gaat op de fiets vanaf het appartement naar het parcours. Harry gaat bepakt en bezakt met de bidons en het materiaal met de pendelbus naar boven. De start is om 1115u en ik hoop op een goed resultaat, ik voel me goed dus wie weet? Na het startschot heb ik die gedachte meteen laten varen, want wat een afslachting zal het worden. Over de wedstrijd kan ik kort zijn! De start is goed gegaan, ik leer mijn plekje te verdedigen en te handhaven, nu moet ik nog gaan leren plekken te winnen in de eerste minuten! Op de klimmen voel ik me de laatste tijd erg sterk, dat blijkt ook vandaag weer. Ik kan daar namelijk gaten dichtrijden en elke ronde blijf ik net zo hard omhoog rijden. Qua techniek en afdalingen heb ik een hoop geleerd het afgelopen jaar, dat merk ik doordat ik meer durf heb en omdat ik me veel zekerder voel. Daarom probeer ik zoveel mogelijk op de fiets te blijven zitten wanneer het moeilijker en zwaarder wordt. Maar als je dan voorbij gelopen wordt omdat dat simpelweg sneller is, dan ga je na de eerste ronde ook lopen en heb je die technische vaardigheden voor niks. En als je dan al niet voorbij gelopen wordt en het toch technisch bovengemiddeld moeilijk is, dan loopt er wel iemand voor je omdat die het niet durft te rijden, zodat je zelf ook af moet stappen! De verschillen zijn enorm groot vandaag, minuten zitten er tussen de verschillende posities. Met een 82e plek ben ik niet tevreden, ik had op een plekje verder naar voren ingezet, maar ja. Op een mountainbike wedstrijdparcours moet je niet voor 1/3 deel gedwongen worden af te stappen. Dan had ik beter kunnen gaan veldlopen of veldrijden in de winter.

Op maandag 26 juli vertrek ik met Harry naar Italië voor de volgende Wereld Beker. Champery heb ik al half uit mijn hoofd verbannen, de focus staat nu op het klim parcours in het Val di Sole.

Terug naar nieuwsoverzicht