Wat niet kan, is nog niet gebeurd!!
Over de titel van dit wedstrijdverslag heb ik niet lang hoeven nadenken. Deze motiverende tekst staat namelijk al een aantal weken met grote letters in mijn trainingsschema. Coach Harry weet mij daarmee zo af en toe eens extra op scherp te zetten. Zo ook voor 27 juni, want op die datum zal het EK marathon verreden worden in de omgeving van Montebelluna. In de weken voor die dag heb ik samen met Bas en Ariëlle (Boek-van Meurs) al een mooi plan bedacht qua logistiek en voor het verblijf.
Vroeg in de ochtend van woensdag 23 juni vertrekt Bas samen met Ariëlle in de bus van het Rijwielpaleis naar Italië. De bus rijdt erg comfortabel (en snel), blijkt tijdens de rit van bijna 1300 kilometer. Rond 2000u in de avond, na zo'n veertien uur lange reis, komt het duo aan bij het hotel in een enorm klein dorpje. Hoe klein het dorpje ook mag zijn, ze hebben wel een afhaalpizzeria waar twee ovenheerlijke pizza's worden gehaald.
Na een goede nachtrust schuiven Bas en Ariëlle aan bij het ontbijt wat erg goed verzorgd blijkt te zijn. Hier treffen zij meteen een concurrente voor zondag uit Spanje. Na het ontbijt rijden zij naar de startplaats Montebelluna voor een verkenning van een groot deel van het parcours. De eerste 25 en de laatste 25 kilometer worden verreden onder een brandende zon. Het parcours doet erg denken aan Zuid Limburg, niet erg grote hoogteverschillen en geen moeilijke (wel leuke) afdalingen. De langste klim is vrijwel meteen na de start en is op sommige stukken wel erg steil. Het venijn van het parcours zit in de staart want in de laatste 25 kilometer volgen de klimmen elkaar in rap tempo op. Gemiddelde stijgingspercentages van elf procent zijn niet zeldzaam op die klimmen, maar wat het juist zwaar maakt is de temperatuur! Na bijna vier uur komen Bas en Ariëlle weer aan bij de zwart met gele RWP bus. Zij concluderen dat het tempo tijdens de wedstrijd wel erg hoog zal liggen en dat we moeten proberen op de startklim niet gelost te worden. Wanneer we er dan nog goed bij zitten, moeten we daarna niet teveel met de krachten smijten met het oog op het laatste deel van het parcours met zijn opeenvolgende zware klimmen. Zonder zich om te kleden scheuren ze in de bus naar het hotel om even wat te eten en te drinken. Daarna kleden zij zich wel om en stappen weer in de bloedhete bus om mij op te komen halen van het vliegveld te Treviso. Bepakt met mijn werktas, een dikke trui en mijn bodywarmer zie ik het tweetal aankomen en ik zwaai er op los zodat zij mij ook zien. Met volle snelheid schieten ze voorbij en blijf ik achter. Een paar minuten later zijn ze er weer en stap ik in bij een rood verkeerslicht. Ik hoor meteen alle ins-and-outs wat betreft het weer, parcours en andere zaken. Die dag staan het doen van boodschappen, het eten koken en de afwas doen nog op het programma voor we gaan slapen. Deze dag heb ik nog tot een uurtje of twaalf les gegeven en om vier uur stap ik het hotel binnen in Italië, wat een apart geheel!
Op vrijdag staat weinig meer op het programma dan uitslapen, rustig ontbijten, drie kwartier losrijden, boodschappen doen, meeting met bondscoach, eten en weer gaan slapen.
Dan volgt automatisch de zaterdag met zijn wedstrijdvoorbereiding. We willen niet teveel doen, aangezien we geen energie en vocht willen verspillen met het oog op de wedstrijd. De startklim staat sowieso op het programma en ik merk dat het tijdens de wedstrijd meteen aanpoten zal worden. We pakken na de klim nog een klein stukje offroad mee, zodat ik een goed idee zou hebben van de 'technische' passages. We besluiten ook nog om via de laatste twaalf kilometer terug te gaan richting finish. Helaas komen we nog een aantal beste klimmen tegen, maar op deze manier ken ik twee belangrijke stukken van het wedstrijdparcours, ik heb er zin in! Na de paar kilometer offroad is de fiets toch wat vies geworden, dus staan Ariëlle en Bas de fietsen te wassen. Ik sta er een beetje bij, haal schoon water met een emmer en maak wat foto's. Om vier uur stappen we wederom in de warme bus en gaan naar de inschrijving. Bas gaat daarna nog 'even' naar de teammanagers meeting om zo de laatste nieuwtjes te weten te komen. Zo duurt de meeting niet eventjes, maar een uur lang, dit in verband met de bekendmaking van vijftien extra kilometers. Er kan geen brug gebouwd worden, vandaar die beslissing, nu is de wedstrijd 113,5 kilometer lang. De meeting duurde zo lang omdat er nog niet nagedacht was over extra verzorgingsposten, die met het te verwachten warme weer toch echt nodig zullen zijn. Ons plan in samenwerking met de Nederlandse bond staat in ieder geval, dus een rustige avond volgt.
Zondagochtend gaat de wekker vroeg want Ariëlle en ik willen het lichaam de kans geven om te activeren. Om half acht, wat een half uur eerder is dan op de voorgaande dagen, schuiven we aan bij het ontbijt. De bus is inmiddels ingepakt door Bas, we hebben namelijk niet veel tijd want we worden om half negen verwacht bij het hotel van de Nederlandse selectie. Daar aangekomen begint het hele circus meteen en worden er extra wielen en bidons van alle renners ingeladen. Om tien uur is de start van de Elite heren dus de begeleiders, waaronder Bas, vertrekken rond 0915u al richting de startlokatie. Wij vertrekken een half uurtje later, dus kunnen we nog even rustig warm rijden. Laura (Turpijn) haakt bij Ariëlle en mij aan in de warmte van de Italiaanse morgenzon. Ook wij gaan uiteindelijk opstellen voor de start, ik vrees een extreem snelle start maar hoop op een eerste krachtmeting op de eerste klim.
Om precies half elf klinkt dan voor ons het verlossende startschot en rustig rijden alle dames door de hoofdstraat van Montebelluna. Gelukkig gaat het rustig tot de klim, just the way I like it! Op het steile stuk van de klim daarentegen horen enkele dames waarschijnlijk nog een startschot, want opeens gaat het tempo omhoog om een eerste afscheiding te creëren. Voor mij en Ariëlle valt een klein gaatje, maar op het iets vlakkere stuk kunnen we die dicht rijden zodat we weer in de eerste groep zitten. Bovenop de klim ben ik nog enigzins verbaasd en laat de Nederlandse dames voor gaan op de afdaling, omdat ik toch even wat minder scherp ben. 'Poeh, als deze inspanning me maar geen parten gaat spelen zometeen.' Op een natuurlijke manier worden er groepjes gevormd en ik beland in de derde groep samen met drie andere dames. Ariëlle en Laura zitten een groepje voor mij en hebben de kopgroep soms nog in het vizier. Ongeveer zeventig kilometer lang blijven de eerste drie groepjes hetzelfde qua samenstelling, dus het zal spannend worden in de finale! Ik had vantevoren ingezet op een plaats bij de beste veertien en ik rij op dat moment in het groepje met plek twaalf tot en met vijftien. 'Als ik nou maar geen vijftiende word!' Als Nederlandse renner dien je bij de eerste veertien te finishen tijdens een Europees Kampioenschap om in aanmerking te komen voor een topsport status van het NOC*NSF. Het parcours is niet extreem zwaar, maar de hitte eist bij velen wel hun tol. Zodoende vallen er een aantal mensen terug in de wedstrijd, waaronder Ariëlle helaas ook. Ik haal haar op één van de laatste klimmen in en ik weet dat ons nog een zwaar stuk staat te wachten. Ik fluister haar (en mijzelf) nog wat positieve dingen in en zo hoop ik dat Ariëlle blijft doorrijden en ik geen inzinking krijg! Inmiddels lig ik op plaats twaalf en blijf ik mijzelf tot het uiterste vergen om zo binnen die veertien te blijven. Op een afdaling schiet de kramp erin, terwijl ik nog zoveel drink, en ik word verplicht even te rekken. Op dat moment schiet er een dame voorbij, 'shit dat mag niet nog een keer gebeuren om mijn goede klassering te verpesten!' Ik spring weer op de fiets en rij daarna vrij snel de verzorging in, pak mijn laatste bidon met daarin een lading Red Bull. Hoewel ik geen vleugels krijg, zorgt het er wel voor dat ik nog wat extra kan aanzetten tot de finish. Na bijna 114 kilometer rij ik als dertiende over de meet en kom ik moe en voldaan aan bij de bus waar andere Nederlandse renners in de schaduw zitten bij te komen.
Waar dertien normaal een ongeluksgetal is, word ik nu uitermate gelukkig van het getal, want ik heb recht op een B status! Laura is ongeveer negen minuten voor mij op de zesde plek gefinished en Ariëlle komt zes minuten na mij over de streep, helaas op de vijftiende plek. Maar het parcours van het Wereld Kampioenschap marathon ligt haar beter en daar heeft zij haar zinnen op gezet. Dus wellicht kan zij begin augustus haar status verlengen. Na het afgeven van de spullen van de selectie, die nog in de RWP bus lagen, rijden we rustig weer naar het hotel. Daar aangekomen maak ik even wat minder leuke uurtjes mee want ik heb last van hittestuwing. Ik klap bijna uit elkaar van de warmte en ik word helemaal nerveus van dat gevoel, het liefst ga ik naar het ziekenhuis. Gelukkig weten Ariëlle en Bas mij goede moed in te spreken en mij te dwingen tot drinken en eten. Daardoor krijg ik net dat beetje energie om onder een koude douche te gaan staan en af te koelen. Tegen de avond knap ik weer goed op en heb ik inmiddels een halve pizza rucola op. Een goede nachtrust zal vast niet gaan volgen, maar dat maakt me niet uit, ik voel me weer goed!
De wekker klinkt om kwart voor zes zodat we al vroeg op weg kunnen naar huis. Een half uur later rijden we er dan daadwerkelijk vandoor en zoeken we onze weg naar de snelweg door het Italiaanse platteland. Eenmaal op de snelweg gaat het gas erop en hopen we voor acht uur in de avond thuis te zijn. En dat lukt, want om 1945u gaat de sleutel uit het contact, laden we de bus uit en wachten we op Stijn (man van Ariëlle). Hij komt een tiental minuten later en zo scheiden onze wegen voor dat weekend. Aankomende dagen staan voor mij in het teken van rust en wellicht dat ik op zondag een wedstrijd ga rijden in Steenwijk.